Woordenlijst

1 jaar geleden bijgewerkt
Dit is een gearchiveerde handboek pagina geschreven voor MuseScore 2
Navigeer naar de handboek pagina voor MuseScore 3: Glossary

De woordenlijst is een "werk in uitvoering", help hier aan mee als je kunt. Je kunt hier over discussiëren in het documentatie forum
De woordenlijst hieronder bevat regelmatige gebruikte termen in MuseScore en hun betekenis.

Acciaccatura
Een korte voorslag →Siernoten.
Achtste noot
Een noot waarvan de lengte een achtste is van een hele noot.
Akkoord
De minimale definitie van een akkoord is dat het een minimum heeft van twee verschillende noten die gelijktijdig worden gespeeld.
Akkoorden zijn gebaseerd op de keuzes die gemaakt worden door de componist tussen de harmonische van één, twee of drie (en meer) grondtonen. Bv. in het C akkoord, G is de tweede harmonische en E is de vierde van de grondtoon C. In C7, is de Bes de zesde harmonische van C en in C Maj7 is B de tweede harmonische van E en de vierde harmonische van G...
Anacrusis
Zie →Opmaat
Antimetrisch figuur
Een antimetrisch figuur verdeelt zijn volgende hogere noot waarde door een aantal noten anders dan de aangegeven maatsoort.
Als voorbeeld, een →triool verdeelt de volgende hogere noot waarde in drie delen, in plaats van twee. Antimetrische figuren kunnen →triolen, →duolen, →kwintolen en nog meer zijn.
Appoggiatura
Een lange voorslag →Siernoten.
Basso continuo
Basso continuo is een schrijfwijze die met name in barokmuziek veel gebruikt werd. Hierbij word een basis van de harmonie weergegeven met een uitgeschreven baslijn. De harmonieën zijn weergegeven als cijfers onder de basnoten. Het word daarom ook wel becijferde bas genoemd.
Besturingssysteem
OS
Een zet van programma's die geschreven zijn om een computer op te starten en daarbij de elektronica componenten aanstuurt. Populaire systemen zijn: Microsoft Windows, Mac OS X en GNU/Linux.
Zie ook →Systeem
Overbinding
Zie →Legatoboog
BPM
Beats Per Minute (Tellen/Slagen Per Minuut) is de maateenheid voor het tempo. Zie →Metronoom markering
Duool
Zie →Antimetrisch figuur
Einden
Zie →Volta
Enharmonische noten
Noten waarvan de toon hetzelfde klinkt maar die anders worden geschreven. Voorbeeld: G# (Gis) en Ab (As) zijn enharmonische noten.
Halve Noot
Een noot waarvan de lengte de helft is van een hele noot.
Herbepaal Toonhoogtes
Probeert de juiste voortekens te raden voor de gehele partituur (zie Voortekens).
Hulplijn
Lijn(en) die wordt toegevoegd boven of onder de notenbalk.
Koron
Een Iraans →voorteken dat een verlaging van de toon aangeeft en deze wordt verlaagd met een kwart toon (in vergelijking tot een →mol die de noot verlaagd met een halve toon). Het is mogelijk om dit voorteken in de →toonsoort te gebruiken.
Kruis
Teken dat aangeeft dat de toon van een noot met een halve toon moet worden verhoogd.
Kwartnoot
Een noot waarvan de lengte een kwart is van een hele noot.
Kwartool
Zie →Antimetrisch figuur
Kwintool
Zie →Antimetrisch figuur
Longa
Een longa is een vierdubbele hele noot.
Maat
Een segment van tijd gedefinieerd door een aantal tellen. Door de muziek in maten te verdelen wordt een regelmatig patroon van referentie punten in het muziekstuk gemaakt.
Maatstreep
Verticale lijn door een →notenbalk of een →systeem die de →maten scheidt.
Metronoom markering
Een metronoom markering bestaat meestal uit een noot lengte die gelijkstaat aan een bepaalde afspeel snelheid in →BPM. In MuseScore worden de metronoom markeringen gebruikt in tempo tekst.
Herstellingsteken
Een herstellingsteken is een symbool dat de voorgaande aanpassing aan de noot met dezelfde toonhoogte opheft.
Mol
Teken dat aangeeft dat de toon van een noot met een halve toon verlaagd moet worden.
Notenbalk
Groep van één tot en met vijf horizontale lijnen die worden gebruikt om muzikale symbolen weer te geven. In de oude muziek notatie (voor de 11e eeuw) konden de notenbalken ieder gewenst aantal lijnen hebben.
Opmaat (→Anacrusis)
Een deel (incomplete) eerste maat van een stuk of deel van een muziekstuk.
Zie ook Maak een nieuwe partituur: Maatsoort... en Maat bewerkingen: Sluit uit van matentelling
Partij
De muziek die gespeeld of gezongen dient te worden door één muzikant of een groep van muzikanten. In een strijkkwartet zijn dit bijvoorbeeld: 1ste partij = 1ste Viool, 2de partij = 2de Viool, 3de partij = Viola en de 4de partij = Cello.
Rust
Een moment van stilte met een bepaalde lengte.
Sextool
Zie →Antimetrisch figuur
Muzieksleutel
Een teken aan het begin van een →notenbalk om aan te geven wat de muzikale noten zijn op de lijnen en tussen de lijnen.
Er zijn 2 F sleutels, 4 C sleutels en 2 G sleutels.F derde, F vierde (ook bekent als bas sleutel), C eerste, C tweede, C derde, C vierde, G eerste, G tweede (ook bekent als viool sleutel).
G eerste en F vierde zijn equivalent.
Sleutels zijn erg handig voor het →transponeren.
Legatoboog
Een Legatoboog en een →Overbinding zijn twee woorden die worden gebruikt om een gebogen lijnen tussen twee of meer noten te beschrijven.
Legatoboog betekent dat de noten gespeeld worden zonder aanslag (legato).
Overbinding wordt gebruikt tussen twee of meer noten van dezelfde toonhoogte om de lengte aan te geven:
Kwartnoot + overbinding + Kwartnoot = Halve noot
Kwartnoot + overbinding + Achtste noot = Gepunteerde kwartnoot
Kwartnoot + overbinding + Achtste noot + overbinding + Zestiende noot = Dubbel Gepunteerde kwartnoot
Sori
Een Iraans →voorteken dat een verhoging van de toon aangeeft en deze wordt verhoogd met een kwart toon (in vergelijking tot een →kruis die de noot verhoogd met een halve toon). Het is mogelijk om dit voorteken in de →toonsoort te gebruiken.
Zie ook →Koron
Spatie
Ruimte
Notenbalkafstand
sp (afkort./eenheid)
De afstand tussen twee lijn van een normale 5-lijnen notenbalk. In MuseScore beïnvloede deze eenheid de meeste formaat/afstand instellingen. Zie ook Opmaak en Lay-out, Pagina Instellingen
Stem
Voor polyfonische instrument zoals Toetsenborden, Violen of Drums kunnen noten worden geschreven van verschillende duur die op hetzelfde moment gespeeld moeten worden in een →notenbalk. Om dit te kunnen doen wordt iedere stem onafhankelijk van elkaar in de →notenbalk geschreven.
Systeem
Systeem: Een set van notenbalken die gelijktijdig worden gelezen in een partituur.
Zie ook →Besturingssysteem (OS)
Toonsoort
Een set van →kruizen of →mollen aan het begin van de →notenbalk. Het geeft een idee van de toonaard en voorkomt dat deze tekens in de hele →notenbalk herhaald hoeven te worden.
Een toonsoort met een Bes betekent een toonaard van F majeur of D mineur.
Transponeren
Een melodie kan worden gespeeld in iedere toonaard. Er zijn veel redenen waarom je de toonaard van een partituur zou willen wijzigen:
1. De melodie is te laag of te hoog voor de zanger.
2. De partituur is geschreven voor een C instrument en moet worden gespeeld door een Bes instrument.
3. De partituur is geschreven voor een orkest en je wilt je kunnen inbeelden wat de hoorn, de fluit en de klarinet spelen.
4. Een donkerder of meer opgewekt geluid is gewenst.
- In het eerste geval zal het gehele orkest moeten transponeren, dat is erg moeilijk zonder professionele muzikanten. MuseScore kan dit eenvoudig voor je doen.
- In het tweede geval moet de muzikant een D spelen terwijl er een C is geschreven. Indien de partituur is geschreven met een G tweede sleutel, dan moet hij denken dat de notenbalk begint met een C derde sleutel.
- In het derde geval moet de dirigent alle notenbalken transponeren die niet geschreven zijn voor C instrumenten.
- In alle gevallen moet de toonsoort in gedachte worden gewijzigd.
- Op sommige instrumenten (bijvoorbeeld de hoorn en tuba) kunnen de muzikanten transponeren met alternatieve vingerzetting.
Triool
Zie →Antimetrisch figuur
Vervang Toonhoogte Mode
Een manier in MuseScore om een passage te herschrijven waarbij de noot veranderd maar het ritme niet (zie Vervang toonhoogte zonder het ritme te veranderen)
Vlag
Zie →Waardestreep
Volta
In een sectie van de muziek die moeten worden herhaald is het gebruikelijk dat de laatste paar maten van de sectie verschillen. De markeringen hebben de naam volta en worden gebruikt om aan te geven hoe en wanneer ieder einde moet worden gespeeld. Deze markeringen worden ook wel simpelweg →einden genoemd of ééntjes en tweetjes.
Siernoten
Siernoten worden weergegeven als kleine noten voor of na een normaal formaat hoofdnoot. Een korte voorslag (→acciaccatura) heeft een streep door de stok en een lange voorslag (→appoggiatura) heeft dat niet.
Voorteken
Voortekens staan voor een noot en veranderen de hoogte.
Voortekens worden gebruikt om de toonhoogte van een noot in een stuk te veranderen. Hetzelfde symbool zoals in de →toonsoort wordt gebuikt maar ze worden geplaatst voor een bepaalde noot. Voortekens zijn bijvoorbeeld →kruizen, →mollen en →herstellingstekens. Voortekens zijn van invloed op alle noten met dezelfde →notenbalk positie en gelden voor de rest van de maat waarin ze staan maar ze kunnen worden opgeheven door een ander voorteken. Bij noten die over de →maatstreep zijn doorverbonden met een overbinding, geldt het voorteken ook voor de overgebonden noot in die maat maar niet voor de verdere noten in die maat op dezelfde positie van de →notenbalk.
Waardestreep
Noten met een duur van een achtste noot of korter hebben een →vlag of een waardestreep. Waardestrepen worden gebruikt om noten te groeperen.
Werkelijke toonhoogte
Hiermee kun je schakelen tussen de werkelijk toonhoogte en de transponerende toonhoogte (zie Werkelijke toonhoogte en Transponeren)

Do you still have an unanswered question? Log eerst in om je vraag te plaatsen.